Interview

Commissarissen van de Koning in de MRA:

‘Veel meer slagkracht mogelijk in de MRA’

De samenwerkende overheden in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) zouden veel meer gebruik moeten maken van elkaars kracht. Dat vraagt om een andere rol van de deelnemers, ook van de twee provincies, Noord-Holland en Flevoland. Wanneer die goed wordt gespeeld, kan de slagkracht van de MRA verder worden vergroot. Dat betogen de Commissarissen van de Koning van beide provincies, Arthur van Dijk (Noord-Holland) en Leen Verbeek (Flevoland) aan de vooravond van de lancering van de MRA Agenda 2.0. ‘We doen of iedereen gelijk is, maar onder de gelijken zijn we niet gelijk.’

Huis van Thorbecke

De CdK’s menen dat de provincies richting kunnen geven aan een andere rolverdeling in de MRA. In het MRA Convenant, dat de deelnemers aan de MRA in 2017 met elkaar hebben gesloten, staat dat gelijkwaardigheid en respect voor elkaars rollen en belangen voorop staan in de samenwerking. Maar dat neemt niet weg dat er nu eenmaal verschillen zijn, zegt Van Dijk (sinds begin 2019 CdK in Noord-Holland en vicevoorzitter van de MRA Regiegroep). Zo zijn er kleinere gemeenten en grotere gemeenten. En bovendien: ‘Het is een mooi streven, dat iedereen gelijk is, maar zo is het Huis van Thorbecke helemaal niet ingericht. De provincie gaat met afspraken in de MRA terug naar de Staten, gemeenten naar hun raden. Dat kunnen we steviger inkleden.’

Knopen doorhakken

De Flevolandse CdK Leen Verbeek (sinds 2008) sluit zich hierbij aan. ‘Een belangrijke rol van provincies in MRA-verband is om het gemeenten mogelijk te maken hun werk goed te doen.

Of het nu gaat om volkshuisvestelijke vraagstukken of mobiliteitsopgaven, de provincie heeft nu eenmaal een overkoepelende rol. Die zou niet knellend mogen zijn. Dat is relevant in politieke zin, omdat er wel knopen moeten worden doorgehakt. De provincie zou moeten durven zeggen: Provinciale staten gaan nu echt een besluit nemen: díe kant gaan we op. Dat geeft helderheid.’

Van Dijk, instemmend: ‘Van ons kun je verwachten dat we commitment gaan halen bij de Staten. Daar zeg ik dan eerlijk bij dat we meer moeten brengen naar de MRA dan we halen: eerst delen, dan vermenigvuldigen.’ De MRA Agenda is de inhoudelijke basis van de samenwerking en is echt een uitvoeringsagenda, beseft Verbeek. ‘De kaderstellende discussie daarover met raden en Staten is beperkt en de uitvoering is aan de colleges. De bouwtekening komt van de MRA, maar de deelnemers zijn de timmermannen. Onze raden en Staten voelen echter te weinig sturing. We moeten opnieuw aan verwachtingenmanagement gaan doen.’

‘Een belangrijke rol van provincies in MRA-verband is om het gemeenten mogelijk te maken hun werk goed te doen’

Positie van Amsterdam

Niet alleen de provincies, ook Amsterdam heeft een andere positie dan de andere MRA-deelnemers, zegt Van Dijk. ‘Amsterdam is de grootste en alles wat Amsterdam doet, heeft invloed op de regio. We hebben er alle belang bij om met Amsterdam om de tafel te zitten. Voor bijvoorbeeld een succesvolle lobby in Den Haag hebben we slagkracht nodig en moeten we met elkaar optrekken. Dan is het wel fijn als Amsterdam en de provincies weten hoe zij zich ten opzichte van elkaar verhouden. Als we dat goed weten neer te zetten, dan snapt iedereen dat we niet hetzelfde zijn. Verantwoordelijkheid nemen komt op verschillende manieren tot uiting, ook door ambtelijke inzet.’

Leiderschap

In de zomer van 2019 bracht de commissie die de samenwerking in de MRA heeft geëvalueerd haar rapport uit. Een van de aanbevelingen is dat Amsterdam meer leiderschap moet tonen. ‘Dat betekent niet dat Amsterdam meer moet gaan doen’, zegt Van Dijk. ‘Leiderschap betekent juist dat je meer door anderen laat doen. Jouw inspirerend leiderschap leidt ertoe dat anderen aan de slag gaan. Dat betekent deelregio’s veel meer in hun kracht zetten. Zij zien elkaar vaker en hebben onderling samenwerkingsafspraken.’

‘Er zit meer in’

Laten we niet vergeten dat heel veel in de MRA-samenwerking al goed gaat, benadrukt Verbeek. ‘We presteren wel wat met elkaar. Tegelijkertijd heb ik het gevoel dat er meer in zit. De integratie tussen de platforms moet bijvoorbeeld beter. Majeure agendapunten zoals het Markermeer en de Markerwadden integreren onvoldoende in het debat over mobiliteit en wonen en cultureel erfgoed.’ Om de integraliteit te bevorderen, zien de CdK’s een rol voor zichzelf weggelegd, maar ook voor de burgemeesters in de Regiegroep. Gezamenlijk kunnen zij meer verantwoordelijkheid nemen om hun omgeving beter bij de MRA te betrekken. ‘Trek als grotere gemeente ook je buurgemeenten erbij’, zegt Van Dijk. We moeten als overheden in beleid vertalen wat we hebben afgesproken. De MRA heeft daartoe de instrumenten en de bevoegdheid niet. En neem Provinciale Staten en gemeenteraden mee, dan zijn ze onderdeel van het succes.’ Gedeputeerden van beide provincies zoeken elkaar ook onderling op, zegt Verbeek. ‘En ik ben zelf actief: de MRA is zó belangrijk, die samenwerking is niet voorbehouden aan een enkele gedeputeerde of portefeuillehouder. We agenderen geregeld onderwerpen in het college van Gedeputeerde Staten om die collectief te bespreken.’