Opdracht 0

De samenwerking verder versterken

Zorg met een samenbindende visie op de regio voor versterking van de samenwerking. Op het vlak van de ‘interne samenwerking’ (MRA-deelnemers onderling), de samenwerking met niet-overheden (bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, etc.) en de samenwerking met ‘Den Haag en Brussel’ (lobby, bekostiging van investeringen, etc.).

+ Karakteristiek

De manier waarop we regionaal volgens het poldermodel samenwerken – en de rol van het maatschappelijk middenveld daarin – is internationaal bezien een kernkwaliteit. Dankzij de polycentrische opzet van de metropoolregio en onderlinge afhankelijkheden kent de samenwerking een lange geschiedenis.

De basis voor de huidige samenwerking is in 2016 gelegd. De MRA beslaat een gebied van 32 gemeenten en de deelnemers zijn die gemeenten plus de twee betreffende provincies en de Vervoerregio Amsterdam. We werken samen op basis van de MRA Agenda en in de uitvoering werken we steeds vaker samen met het Rijk, de waterschappen en niet-overheidspartners in de regio. De samenwerking is uitgegroeid tot een waardevol regionaal netwerk, van waaruit tevens verbindingen worden gelegd met andere stedelijke regio’s.

+ Wat is er aan de hand?

Toenemend belang de krachten te bundelen: Het afgelopen decennium kenmerkt zich door een brede beweging van decentralisatie van verantwoordelijkheden van het Rijk naar provincies en gemeenten. Van taken op het gebied van economie en ruimtelijke ordening tot decentralisaties in het sociaal domein. De verantwoordelijkheid voor de opgaven van de energietransitie, klimaatadaptatie en de omschakeling naar een circulaire economie ligt nu ook in belangrijke mate bij gemeenten en provincies. Deze opgaven overstijgen echter voor een groot deel gemeente- en provinciegrenzen. Bovendien vragen de transitieopgaven nieuwe expertise, waarbij met name kleinere organisaties moeite hebben de benodigde expertise op te bouwen.

Rijk-regiosamenwerking noodzakelijk: Het Rijk draagt mede de verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van de regio. Zij richt zich op nationale belangen als versterking van de economie, een goed functionerende woningmarkt, de hoofdnetwerken van wegen, spoor en vaarwegen, de energie-infrastructuur, waterveiligheid en kwaliteit van water, bodem en lucht. Het Rijk is zodoende een belangrijke partner in de MRA-opgaven. Dit komt tot uiting in programma’s, overleggen en subsidies. Belangrijke Rijk-regio-trajecten zijn het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid, de Verstedelijkingstrategie MRA en de Woondeal.

Kansen samenwerking met andere regio’s en EU: De opgaven en belangen van de stedelijke regio’s kennen veel gemene delers, waardoor uitwisseling en gezamenlijk optrekken met andere stedelijke regio’s zeer relevant is. Dat geldt zowel voor aangrenzende regio’s als voor de andere grootstedelijke regio’s van ons land. Via internationale uitwisseling kunnen we leren van oplossingen elders en de internationale positie van onze regio versterken. Als vierde bestuurslaag is de EU een belangrijke partner. Europees beleid raakt stedelijke regio’s als de MRA en biedt kansen voor cofinanciering van innovatieve projecten op regionale schaal.

Cruciale rol niet-overheden: De ontwikkeling van de Metropoolregio Amsterdam is vooral het resultaat van de inzet van een veelheid aan partijen van buiten de overheid. Het succesvol identificeren en adresseren van strategische opgaven vraagt daarom ook betrokkenheid en inzet van belanghebbenden als bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en inwoners.

In de werkzaamheden van de MRA zullen op zowel strategisch als uitvoerend niveau dan ook meer verbindingen met niet-overheids-partners moeten worden gelegd.

Belang van visie en adaptief bestuur:

Overheidsbeleid kan een succesfactor van regionale ontwikkeling zijn. Voorwaarde is een alerte overheid die tijdig kansen signaleert, een visie heeft hoe daar slim op in te spelen, partijen uitdaagt en meebeweegt met de omstandigheden. Dergelijk adaptief bestuur vraagt om behendigheid, wendbaarheid en het vermogen draagvlak te creëren. Het vraagt ook een verbindende overheid met overtuigingskracht. Om regionale partners te mobiliseren, maar ook om te zorgen voor lokaal draagvlak als er scherpe keuzes moeten worden gemaakt.

Netwerksamenwerking:

In de afgelopen jaren zijn meerdere onderzoeken en adviezen verschenen over hoe het best regionaal samen te werken. Lichte en open vormen van samenwerking worden daarbij aangeprezen. Vormen die het mogelijk maken om per opgave, op het juiste schaalniveau een gelegenheidscoalitie te smeden en waarbij ook op een later moment nieuwe partners kunnen aansluiten. Partners kunnen tevens niet-overheden zijn, denk aan bedrijven en onderwijspartijen. Een regionaal platform dat dient als netwerk waarin uitwisseling plaatsvindt en van waaruit samenwerkingen kunnen ontstaan is daarbij cruciaal. Met dat netwerk kan de MRA – in samenwerking met de Amsterdam Economic Board – ook een rol spelen als verbinder van overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties, ondernemers en inwoners.

Bekostiging:

De opgaven waar de MRA voor staat, vragen forse investeringen. Of het nu gaat over investeringen in mobiliteit, de energietransitie, landschap of cultuur. De mogelijkheden voor de overheid om de investeringen te bekostigen zijn tanende, mede als gevolg van de politieke keuzes van het afgelopen decennium. Diverse structurele financieringsmogelijkheden hebben plaatsgemaakt voor tijdelijke regelingen met bijkomende onzekerheid en administratieve lasten. De weg weten in diverse mogelijke financieringsmogelijkheden vanuit het Rijk of de EU is inmiddels een discipline op zich. In deze context gaat ook steeds meer aandacht uit naar alternatieve en innovatieve bekostigingsmogelijkheden waarbij uitdrukkelijk ook wordt gekeken naar de rol van de markt.

Verantwoording en transparantie:

Cruciaal voor de regionale samenwerking is draagvlak voor de doelen en agenda van de MRA bij inwoners, bedrijven en ondernemers van de regio. Dit draagvlak begint bij volksvertegenwoordigers en vraagt transparantie en goede verantwoording. In 2017 zijn door de ondertekening van het MRA Convenant afspraken gemaakt over de invulling van de verantwoording naar gemeenteraden, Provinciale Staten en het algemeen bestuur van de Vervoerregio Amsterdam. Hoewel continu wordt gewerkt aan verbetering van de kwaliteit van de verantwoording, is structurele verbetering wenselijk.

+ Onze ambitie

Bespreekpunten bestuurlijke tafel

Waar zetten we op in?

  • We hebben een aansprekende visie op de regio en de samenwerking, die uitnodigt om met de MRA samen te werken. In deze visie komen de lange-termijnambities op het vlak van economie, verstedelijking en mobiliteit samen
  • We bewaken de samenhang tussen de verschillende activiteiten van de MRA
  • We coördineren onze samenwerking met het Rijk en de EU en ook lobby- en fondsenwervingsactiviteiten
  • We hebben actueel inzicht in de ontwikkeling van de Metropoolregio Amsterdam
  • We versterken de netwerkvorming met bijeenkomsten en goede communicatie
  • We stellen concrete en meetbare doelen vast en zorgen ervoor dat deze worden gehaald
  • We zorgen voor helder overzicht in de activiteiten in de MRA en goede verantwoording en transparantie

Boogd effect

  • Goede bekendheid van de Metropoolregio Amsterdam en de MRA-samenwerking bij raads- en Statenleden en (potentiële) partners van de MRA
  • Samenhang tussen de verschillende activiteiten van de MRA
  • Goede samenwerkingsrelatie met het Rijk, de EU en partners in de regio
  • Agenda’s van het Rijk en de MRA zijn op elkaar af gestemd
  • Succesvolle fondsenwerving
  • Actueel inzicht in de ontwikkeling van de Metropoolregio Amsterdam
  • Overzichtelijk MRA-netwerk
  • Toegankelijke website waarop de ontwikkelde kennis in MRA-activiteiten wordt ontsloten
  • Overzichtelijke verantwoording MRA-activiteiten
'De verantwoor­delijkheid voor de energietran­sitie, klimaatadap­tatie en de omschakeling naar een circulaire economie overstijgen gemeente- en provinciegren­zen'

+ Hoe gaan we dat doen?

Uitvoeringslijnen

1. Samenbindende visie op de regio en de samenwerking

Doel: Een integrale gezamenlijke visie op de regio en de MRA-samenwerking, die richting geeft aan het handelen van de MRA en die partners enthousiast maakt om met de MRA samen te werken.

  • Inhoud geven aan de samenbindende visie op de regio, samen met partners
  • Bewaken van de samenhang tussen de MRA-activiteiten en hun bijdrage aan de visie
  • Uitdragen van de visie (promotie)
  • Actualiseren van de strategische agenda in 2024, of eerder als daartoe aanleiding is

2. Samenwerking Rijk en EU

Doel: Goede en vruchtbare samenwerking met het Rijk en de EU.

  • Coördineren van contacten en samenwerkingen met het Rijk en de EU, gerelateerd aan de MRA-opgaven
  • Voeren van een gezamenlijke (internationale) lobbyagenda en daarbij coalities binnen de regio ontwikkelen waar kennisinstellingen en bedrijfsleven onderdeel van kunnen zijn
  • Zorgen voor de randvoorwaarden binnen de MRA, zoals een juridische basis, expertise, capaciteit en procesafspraken, waarmee de kansen op het verkrijgen van fondsen van het Rijk en Europa voor MRA-opgaven wordt vergroot

3. De MRA als netwerkorganisatie

Doel: De kracht van het MRA-netwerk vergroten en beter benutten, en sterkere verbindingen tussen het MRA-netwerk en partners (andere overheden zoals het Rijk en de waterschappen, Amsterdam Economic Board en ook breder het bedrijfsleven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties, etc.).

  • Verder ontwikkelen van de MRA als netwerkorganisatie door overzichtelijke communicatie over activiteiten, contactpersonen per onderwerp, netwerkactiviteiten als congressen en/of thematische bijeenkomsten
  • Vanuit de MRA-activiteiten netwerken opbouwen in en tussen de deelregio’s
  • Gericht ontwikkelen van relaties met andere stedelijke regio’s op basis van gedeelde opgaven en belangen

4. KennisHuis MRA

Doel: Inzicht bieden in relevante ontwikkelingen in de Metropoolregio Amsterdam en ontsluiten van binnen de MRA beschikbare kennis en expertise.

  • Zorgen voor duiding van ontwikkelingen binnen de MRA, waarbij jaarlijks belangrijke ontwikkelingen en trends met het netwerk worden gedeeld, in samenwerking met regionale en nationale kennisinstellingen
  • Zorgen voor goede ontsluiting van de binnen de MRA beschikbare kennis en expertise, uitgevoerde onderzoeken en ontwikkelde handreikingen

5. Verantwoording

Doel: Degelijke verantwoording van de MRA-activiteiten en transparantie.

  • Zorgen voor heldere en overzichtelijke verantwoording van de activiteiten van de MRA aan gemeenteraden, Provinciale Staten en het algemeen bestuur van de Vervoerregio Amsterdam
  • Zorgen dat de verantwoording tijdig plaatsvindt en dat informatie online goed vindbaar is.